Even
over naar onze Grondwet en de positie van de godsdiensten.
Een
historische schets is niet misplaatst.
De
katholieke en liberale founding fathers van de Belgische Grondwet deden elkaar
ruime toegevingen. De katholieken stemden in met de voorrang van het burgerlijk
huwelijk op het kerkelijk huwelijk en met de afschaffing van het zogeheten
capaciteitsrecht.
De liberalen stemden in met de vrijheid van eredienst, een staatswedde
voor de bedienaars van de eredienst en toelagen voor het onderhoud van kerken.
In het kielzog werd ook de vrijheid van onderwijs gegarandeerd. De
schooloorlogen in wording. De scheiding van kerk en staat en de vrijheid van
cultus werden een feit.
De
Belgische Grondwet was duidelijk getekend door de onvrede met het beleid van
Willem I. Vooral de schendingen van de rechten en de vrijheden werden
onverteerbaar gevonden (zoals de drukpersvrijheid en het petitierecht, maar ook
de benoeming van de bedienaars van de erediensten).
Enkelingen
bleven nadien - niet zonder reden – vastberaden pleiten voor een totaal
overwicht van de staat op de kerk. Zij bleven benadrukken dat het niet
toelaatbaar zou zijn dat een andere macht, in dit geval een religieuze overheid,
regels, wetten … zou uitvaardigen, zelfs indien deze slechts in geweten
bindend zouden zijn.
De
houding die de Belgische overheid ten aanzien van de religieuze overheden en de
niet-confessionele gemeenschap inneemt is niet onmiddellijk duidelijk. Sommigen
stellen dat er in België sprake is van een positieve religieuze neutraliteit.
Er is duidelijk geen onverschilligheid. De overheid blijft immers erkennen en
betoelagen. En de rechter blijft het liefst weg uit de “gemijnde” religieuze
standpuntenzone.
Belangrijke
verschuivingen hebben zich ondertussen voorgedaan. Mede door de instroom van
migranten is de islam een belangrijke speler op het terrein geworden.
Andere
verhoudingen zijn mogelijk.
Naast
voormelde in België gehanteerde invalshoek zijn er immers ook nog de houding
die men bijvoorbeeld in de Verenigde Staten aanneemt en die we als de “blijf
eraf” - houding zouden kunnen omschrijven en de striktere “scheiding” die
men in Frankrijk huldigt.
En er is ook nog de “staatsgodsdienst”. In België was aanvankelijk
duidelijk een actief optreden merkbaar met het oog op het neutraal houden van de
publieke ruimte.
De
gekozen opties zijn niet zonder gevolgen.
De
Belgische Grondwet.
De
“godsdienstvrijheid” wordt in de Belgische Grondwet in diverse artikelen ter
sprake gebracht.
Er
zijn vooreerst het artikel 19 en het artikel 20. Beide voeren duidelijke
garanties voor godsdienstbeleving in. Hierbij moet echter steeds voor ogen
worden gehouden dat een “beperking” van deze vrijheid van (geloofs)overtuiging
kan. Er is steeds een bestraffing mogelijk van misdrijven die ter gelegenheid
van de uitoefening van deze vrijheden gebeuren. Tevens is het mogelijk om
preventieve maatregelen te nemen zodra bijeenkomsten in open lucht worden
gehouden. Dit laatste is een kluif voor juristen. Het Hof van Cassatie als de
Raad van State houden er hieromtrent blijkbaar een andere mening op na.
Artikel
21 is wellicht het duidelijkste artikel. Dit artikel stelt dat de staat zich
niet te bemoeien heeft met, zeg maar, de “huishouding” van een religieuze
overheid. Een religieuze overtuiging kan zich organiseren zoals deze het zelf
verkiest. Het
bereikte compromis m.b.t. de positie van het burgerlijk huwelijk werd hier
verankerd. In dit laatste artikel stellen we ook ondubbelzinnig vast dat de
cultusvrijheid het niveau van de individuele vrijheid overstijgt en dus ook het
“organisationele” insluit. In Frankrijk heeft de overheid dit aspect bewust
buiten beschouwing gelaten. Onmiddellijk gevolg is het feit dat de rechter –
in België – geen uitspraken hoort te doen over religieuze aangelegenheden (theologische
vraagstukken, personeelsaangelegenheden …), al is hier wel enige evolutie
merkbaar.
Een
laatste – niet onbelangrijk – artikel is het artikel 181 waarin de financiële
inspanningen van de staat ten aanzien van de erkende erediensten wordt opgenomen.
In 1993 werd hier eveneens de positie van de lekenconsulenten in opgenomen.