De malaise van de multiculturaliteit

 

 

"Verlichting is het bevrijden van de mens uit zijn zelfveroorzaakte onmondigheid. Onmondigheid is het onvermogen zijn verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. Deze onmondigheid is eigen schuld wanneer de oorzaak ervan niet ligt in een gebrek aan verstand, maar wel in een gebrek aan moed en wilskracht, om het eigen verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. "Sapere aude!" of "Durf te denken" is dan ook het motto van de Verlichting." (I. Kant)

 

* *

*

 

Voorzitter Frans Ramael heette het talrijk opgekomen publiek, de spreker en de inleider welkom en lichtte in het kort de opzet van de avond toe. "Vrijzinnig Vilvoorde" wilde met de uiteenzetting van Wim van Rooy niet enkel een actueel thema in de verf zetten, maar wilde ook dieper ingaan op de gevolgen van de multiculturaliteit (of moet men spreken van multireligiositeit) en de multiculturalistische ideologie, voor de lekensamenleving, de vrijzinnigheid en de Verlichtingsidealen. Wim van Rooy is een "dwarsdenker" stelde hij en het aanwezige publiek was gewaarschuwd.

 

Naar gewoonte werd een inleiding tot het denken van Wim Van Rooy gegeven door Alain Vannieuwenburg. De inleider stelde meteen dat het boek van Wim van Rooy meer is dan het zoveelste boek over de multiculturaliteit. Het is een studie, een zeer omvattende studie. Hij deelde de mening dat dit boek, samen met bijvoorbeeld het opzienbarende artikel "Het multiculturele drama" en het boek "Het Land van Aankomst" van de Nederlandse stadssocioloog Paul Scheffer, standaardliteratuur is. Van Rooy produceerde meer dan 400 blz. vlijmscherpe analyse. Sociologie, antropologie, religiestudie, filosofie … passeren de revue. Men herkent er de zin voor detail, voor analyse in die de "Gentse School" kenmerkt. De inleider gaf tezelfdertijd toe dat het werk "leesinspanning" vraagt. De vele voetnoten vormen an sich alleen al een boek. En dat was zijn probleem … hoe dit erudiete, polemische boek - en de terechte verontwaardiging van de schrijver - introduceren.

 

Alain Vannieuwenburg stelde dat hij aanvankelijk van plan was om terug te grijpen naar de linguïst Klemperer. Naast zijn dagboek hield Klemperer immers vanaf 1933 een taalkundig notitieboek bij waarin hij het ontstaan en de evolutie van de 'Taal van het Derde Rijk', de Lingua Tertii Imperii (LTI) optekende. Het boek was en is voor filologen verplichte literatuur. Klemperer analyseerde het geweld dat ook de taal kan worden aangedaan. En in het debat dat, over het onderwerp van deze avond, wordt gevoerd, zo stelde de inleider, werd en wordt de taal meer dan eens geweld aangedaan, meer dan eens misbruikt. Taalombuigingen, betekenisverschuivingen, cognitieve dissonantie reductie en façadetaal zijn een interessant onderzoeksonderwerp, zeker wanneer men het over multiculturaliteit en multiculturalisme heeft.

 

Het werd echter niet Klemperer. Wel de Nederlandse essayist Joost Zwagerman. Een recent gepubliceerd pamflet - met als titel "Hitler in de polder" - bood een rechtstreekse link tot het onderwerp dat werd aangesneden.

 

In zijn pamflet hekelt Zwagerman het optreden van een deel van de Nederlandse culturele elite. Vooral de infiltratiestrategie in elk debat, de selectieve verontwaardiging en het zwaaien met de al dan niet gelaïciseerde versie van de banvloek worden hierin vlijmscherp geanalyseerd. Zwagerman wijst er op hoe religiekritiek ooit hoog in aanzien stond bij de culturele elite, maar hoe, sinds enige tijd, wie fundamentalistische religies durft te bevragen al snel verweten wordt een onverdraagzaam individu te zijn met een, zeg maar, impliciet racistische agenda. En wie de toon niet matigt, in bijvoorbeeld het migratiedebat, mag rekenen op een incriminatieproces.

 

Het kwaad – deze keer in de vorm van de kritische intellectueel die het correcte discours niet volgt en dus geen goede Nederlander, geen goede burger kan zijn - is terug in de polder. Wee de dissidente stem. Bolkestein, Hirsi Ali, Cliteur, Scheffer, Schoo werden vergeleken met troebele figuren, de hedendaagse belichaming van het kwaad, het beest dat opnieuw wakker kan worden. Stigmatisering en demonisering zijn de instrumenten van zij die menen dat kritiek op het multiculturalisme niet kan, niet mag.

 

De gevolgen van deze houding zijn ondertussen duidelijk. Een zakelijk, zindelijk debat over de multiculturaliteit en Verlichting werd jarenlang gehinderd door de obsessieve en narcistische stellingnamen van deze ontmaskeraars van het kwaad. En dat is niemand ten goede gekomen. Het debat werd in quarantaine geplaatst. De spreker van deze avond, aldus Alain Vannieuwenburg, doorbrak de quarantaine en wist op vlijmscherpe wijze een "Ideengeschichte", een "intellectuele geschiedenis" van de verwording van het Verlichtingsdenken op te stellen.

 

Wim van Rooy studeerde aan de Ugent, leverde bijdragen voor Radio 3, werkte bij het weekblad "Links", was jarenlang directeur in het Antwerpse onderwijs, is actief als publicist en kent onder meer sinds de publicatie van zijn boek drukke tijden. Zo is hij momenteel voordrachthouder, naast de professoren Lernout, Abicht en Commers, in een lezingcyclus over de Verlichting aan de universiteit te Antwerpen.

 

Van Rooy onderzoekt "de multiculturalistische ideologie"; dit is de ideologie die, om Paul Cliteur te citeren "ijvert voor groepsrechten, religieus onderwijs, het gedogen van misstanden als die maar een cultureel–religieuze basis hebben en andere wonderbaarlijke manieren van denken". Hij gaat, aldus Alain Vannieuwenburg, op zoek naar de actoren in dit verwordingsproces. Actoren die mede aan de basis liggen van het onder druk zetten van de Verlichtingsidealen.

 

Wim van Rooy waarschuwt voor de betweterigheid van de hedendaagse smaakmaker, die het niet schuwt om in te gaan tegen elke redelijkheid en empirische evidentie. Smaakmakers die zorgden voor de verwording, het in de kiem smoren van het debat. En hij legt de naïviteit bloot van de "oerchristelijke Gutmensch" voor wie de "dhimmitude" vanzelfsprekend is geworden.

 

Zoals de hoogleraar arabistiek Hans Jansen in zijn Anton Constandselezing (te vinden op de site van het Nederlandse Humanistisch Verbond) schreef, is het gevaarlijk kersen eten met bestuurders voor wie hun gebrek aan kennis over deze materie geen beletsel is om te intimideren, te besturen en anderen klem te rijden. In deze bijdrage analyseert Jansen onder meer de gehanteerde strategie. Een subtiele strategie. En wie de publicaties van Harman leest, onder andere hoofdredacteur van het International Socialism Journal, ontdekt een (s)linkse alliantiestrategie die naar het Europese continent werd geëxporteerd.

 

Wim van Rooy stelde de aanwezigen alvast niet teleur. Hij hekelde het "verraad van de klerken", "Het verraad van Links" en schetste op accurate wijze de teloorgang van het denken tout court in het immigratie-, integratie- en religiedebat.

 

Om dit te illustreren verwees hij onder andere naar de zeer eenzijdige en selectieve berichtgeving over het Israëlisch–Palestijns conflict waarbij het opvalt hoe er de laatste jaren een geleidelijke verandering in de benadering tot de positie van Israël tot stand kwam. Israël werd topdog, de Arabier underdog. Gebrek aan kennis over de oorspronkelijke en onmiddellijke oorzaak van het conflict deert de pro-Palestijn niet.

 

Inpikkende op vragen en opmerkingen van de aanwezigen verwees hij naar de ware media-oorlog met als belangrijkste gegeven: de simplificering van het conflict. Het Palestijnse lijden werd uitvergroot zonder de noodzakelijke contextualisering. De mobilisatie van bepaalde lagen van de Marokkaanse populatie, met betogingen door straatbendes en slagzinnen waar de Jodenhaat van af droop leek slechts weinigen te deren of werd als niet-belangrijk beschouwd. Wie echter de moeite doet om de Arabische pers te lezen, wie Arabische sites raadpleegt en in contact is met Arabische intellectuelen komt echter tot onthutsende vaststellingen. Men koketteert met geweld.

 

Achter de vele protesten gaat echter een fundamenteler probleem schuil: de bloeiende diasporaformule met minderheden hier en een thuisland daar, de culturele, mentale en religieuze afzondering, de pogingen tot het importeren van een conflict, ook in België.

 

Vervolgens ging Wim van Rooy in op het problematische karakter van de Islam. De Koran is immers het "onveranderlijke woord". Het Christendom ging de dialoog aan en laïciseerde. De Islam zal niet veranderen. Kritiek op (godsdienstige) uitwassen van de multiculturaliteit werd onmogelijk gemaakt en bestempeld als "Verlichtingsfundamentalisme", aldus de spreker. Ondertussen is de multiculturaliteit bij momenten erg problematisch gebleken. Zo is de druk op bijvoorbeeld de wetenschappelijke verworvenheden (Darwinisme …) onmiskenbaar.

 

Hij hekelde ook de (sterk betoelaagde en nooit in vraag gestelde professionele) pampering en het ondersteunen van een dubieus Islamisme. Hij ziet duidelijk geen heil in "oecumene" en verwees o.a. naar de begrippen "takkya(h)", "dar al islam" en het concept "dhimmitude".

 

Takkya(h) bestaat er in de ander te bedriegen met als uiteindelijk doel zelf sterker te worden. Het is de Moslim immers toegelaten te liegen, toegelaten de schijn op te houden, wanneer hij in een niet– Moslim land vertoeft. De dhimmitude is de onderwerping, de binding van de andere. Het uiteindelijke doel van de Islam is de dar al islam. Dit is het omvormen van een gebied zodat het de facto onder Moslimse heerschappij valt of zo bewerkt werd dat Moslims in vrijheid hun godsdienst kunnen praktiseren. Voor de Moslim is het niet noodzakelijk in de meerderheid zijn, wel is het belangrijk de macht te hebben. Daar doet ook de Islamitische wetgeving (de sjaria) zijn intrede. Het tegenovergestelde is dar al harb. Dit gebied moet nog voor de islam veroverd worden, vandaar de naam 'huis van de oorlog'. In de dar al islam is de wetgeving er dus op gericht de hele bevolking te islamiseren.

 

De uiteenzetting van Wim van Rooy was een pleidooi voor een meer behoedzame omgang met de multicultuur. Hij verwees naar de inspanningen van verlichte Arabische denkers die de verwording en de onverdraagzaamheid van hun samenleving aanklagen en voor hun leven moeten vrezen.

 

Uitspraken over vrouwen, Joden, homoseksuelen, importbruiden, de lekenstaat, de neutraliteit in de publieke sfeer, de vrijheid van meningsuiting worden steevast door lokale "progressieven", via een huiseigen recept met als belangrijkste ingrediënten cultureel relativisme en vooral het gebruik van het "tabou bien gardé", steevast goedgepraat. Het "essentialisme" als argument van de Islamverdedigers is echter onhoudbaar gebleken. Er is immers duidelijk sprake van een "essentialisme". De druk om niet af te wijken van het onveranderlijke woord is zeer groot. Aan de essentie kan en mag niet worden getornd.

 

Er is een "oude elite" aan de macht die niet handelt op basis van een weloverwogen analyse, die niet van wijken wil weten en die vaak het debat niet wil aangaan. Zo verwees Wim van Rooy naar de opvallende afwezigheid van tegenspraak zodra men een open debat wil aangaan.

 

Is xenofobie een interessante pathologie dan is xenofilie al even onderzoekenswaard. De groei van extreem rechts mag overduidelijk mede op de rekening van deze weldenkende elite geschreven worden.

 

De talrijke vragen, tussenkomsten en de opsomming van problemen door de aanwezigen waar men in de dagdagelijkse omgang of in de beroepssfeer mee te maken had, bewezen de "verwarring" en het gebrek aan duidelijkheid (of is het moed) van beleidsvoerders. Ook de klassieke theorie m.b.t. integratie (de Amerikaanse socioloog Robert Parks zag dat de migratie verschillende fasen doorloopt: vermijding, conflict en het vergelijk) werd onder de loep gelegd. De huidige migratiegolven zijn echter duidelijk anders (massale migratie, globalisering brengt een politisering met zich mee, economische en sociale gevolgen van verkleuring en vergrijzing, impact van de religie, druk op het sociale zekerheidssysteem en de verzorgingsstaat, communicatiemiddelen …).

 

De auteur pleitte voor een consequent vasthouden aan de idealen van de Verlichting en de verdediging van een seculiere rechtstaat, waar iedereen die de principes ervan onderschrijft welkom is.

 

Er werd nog duchtig nagepraat.

 

 

 

Alain Vannieuwenburg

 

 

 

Terug naar Homepage